OURMedia Conference 27 – 30 november, Brussel

(auteur: Drs. Maud Peeters)

Van 27 tot 30 november, organiseerden we namens de Universiteit Antwerpen de 12de internationale OURMedia Conference, in samenwerking met de Université Libre de Bruxelles. Deze conferentie stond in het licht van de twintigste verjaardag van het onafhankelijke medianetwerk Indymedia en bracht zowel media-onderzoekers als -activisten samen rond de thema’s mediactivisme en scholactivisme.

“I am looking for sir Maud Peeters.” Met deze opmerking trapte een Colombiaanse bezoeker mijn eerste ervaring af als organiserend lid van een internationale academische conferentie. Deze zin veroorzaakte niet alleen enkele reflecties over hoe mijn vierletterwoord van een voornaam van genderidentiteit wisselt zodra er enkele taalgrenzen worden gepasseerd. De verrassing op de gezichten van zij die ontdekten dat de persoon die hen mails uitstuurde ‘on behalf of the organizing committee’ een 24-jarige vrouw bleek te zijn, en geen man op middelbare leeftijd, zegt vooral iets over de dominante denkbeelden en machtsstructuren in de academische wereld. 

Geen nood: dit zal geen vlammend betoog worden tegen genderongelijkheid of patriarchisme in de universitaire wereld. De verbazing die deze mensen toonden had niet zozeer te maken met de verrassing dat een jonge vrouw een gezaguitstralende functie bekleedt. De verbazing reflecteerde een gevoel van schaamte over hun eigen bevooroordeelde kijk. Deze blogpost gaat dus over zelfreflectie en het faciliteren van een meer inclusieve (academische) wereld, met een conferentie over media activisme en academisch activisme als proeftuin.

De OURMedia Conference trok een divers publiek aan: er waren quasi evenveel mannen als vrouwen onder de deelnemers. Met in totaal een bagage van twintig verschillende nationaliteiten streken ze neer in de Belgische hoofdstad: van Papoea-Nieuw Guinea, Turkije, Ghana en Servië tot Finland, Canada en Colombia. Deze diversiteit is mede het resultaat van bewuste keuzes: reisbeurzen voor deelnemers met een gebrek aan financiële middelen, de mogelijkheid om via Skype deel te nemen, en de aanwezigheid van tolken voor live vertaling (Frans, Spaans, Engels) tijdens de conferentie. Zoals de Ierse media professor Andrew O Baoill opmerkte, leidde dat laatste tot dynamische wisselwerkingen:


Leonardo, een Portugees sprekende Finse postdoctoraal onderzoeker faciliteert de Braziliaanse doctoraatsstudente Elisabete in het verdedigen van haar werk, een onderzoek over racisme tegenover zwarte vrouwelijke academici in haar thuisland. Het was een moment van ontroering. De meeste aanwezigen in de zaal spraken Elisabetes moedertaal niet. Wat ze wel spreken, is de taal van de noodzaak zich uit te spreken over sociale onrechtvaardigheid. De kracht waarmee Elisabete dit overbracht, was even hoopvol als dat het – met momenten – pijn deed. Hoop omdat het herinnert aan al diegenen die de moed hebben om positie in te nemen over of voor mensen die sociale ongelijkheid ervaren. Pijn omdat onrecht nooit went, en nooit mag wennen.

Dat het bijwonen van een academische conferentie naar het hart gaat, is iets wat ik als startende doctoraatsstudente niet verwachtte. Niet anders als de Colombiaanse deelnemer, linkte ik de universitaire habitat aan stropdassen, ratio en zakelijkheid. Dat ik dit beeld in mijn derde maand als onderzoeker al doorprikt zie worden, vind ik meer dan aangenaam.
Vermoedelijk heeft de eerder onconventionele aard van deze conferentie hier ook iets mee te maken. De programmatie ervan, academici én activisten, breekt met traditionele academische conventies. Waar menig conferentie voornamelijk stoelt op het etaleren van successen, laat de OURMedia Conference heel wat ruimte voor zelfbevraging. Net doordat onderzoeker en onderzoeksubject naast elkaar komen te staan, ontstonden er betekenisvolle reflecties over autoriteit, eigenaarschap en representatie.

Waar het programma een weerspiegeling is van de horizontale relatie tussen academici en activisten, vond dit geen weerklank in een fysieke verankering. Een onderzoeker wees ons er namelijk op dat de opstelling van deze conferentie niet uitnodigde tot dialoog. In plaats van de standaardopstelling ‘spreker-publiek’ hadden we meer kunnen inzetten op rondetafelgesprekken of kleinere werkgroepen om zo meer interactie tussen de aanwezigen te faciliteren. Zelfbevraging dus. Of hoe collectief vragen stellen soms meer bevredigt dan het tentoonstellen van alle  antwoorden.

Verberg reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *